Veelgestelde vragen over loting

 

Gewone burgers hebben toch helemaal geen kennis van zaken?
Dat klopt, aanvankelijk schiet kun kennis van zaken tekort. Maar die kennis die ze nodig hebben, doen ze op gedurende het proces, bijvoorbeeld doordat ze geïnformeerd worden door deskundigen met uiteenlopende gezichtspunten, aan wie ze ook vragen kunnen stellen, en die ze overigens ook zelf kunnen oproepen. Overigens is naast die kennis van het onderwerp waarover geadviseerd of besloten moet worden, ook kennis van het gewone leven van belang. En juist díe kennis hebben gelote burgers bij uitstek, omdat ze samen een dwarsdoorsnede van de samenleving vormen. Daarnaast wordt er in het deliberatieve proces ook veel kennis onderling uitgewisseld, waarbij gelote burgers ook veel gemakkelijker van mening kunnen veranderen dan gekozen politici die altijd een achterban moeten vertegenwoordigen. Vooral die kennis van de eigen leefwereld is de kracht van gelote burgers; veel meer nog dan dat ze op 'geheel nieuwe ideeën' zouden komen waar politici níet opkomen.

Veel burgers hebben hier toch helemaal geen tijd voor?
Burgerberaden zoals ze nu worden georganiseerd, vinden vaak plaats in weekenden. En inderdaad: ook dan hebben veel burgers hier geen tijd voor. Deels wordt het probleem ondervangen door het geven van vergoedingen en mogelijkheden voor bijvoorbeeld kinderopvang, maar een echte oplossing is dit niet. Waarschijnlijk is dit ook een belangrijke oorzaak waarom de respons op de uitnodiging van gelote burgers zo laag is: vaak maar enkele procenten, tot pakweg 5 procent, of hooguit ongeveer 10 procent (Zwitserland). Daarom is het ook belangrijk dat burgers bijvoorbeeld het recht het gaan krijgen om vrijstelling te krijgen van werk. Gekozen politici worden nu ook, deels of geheel, betaald vrijgesteld om hun werkzaamheden te kunnen uitvoeren; dat zou voor gelote burgers dus in principe dus niet anders moeten zijn. Overigens is zelfonderschatting ook een belangrijke oorzaak van de lage respons onder ingelote burgers. Een goed gesprek kan hen soms alsnog over de streep trekken.

Wat als gelote burgers stomme beslissingen nemen?
Op dit moment hebben burgers nog bijna nergens echt beslismacht; ze hebben hooguit een adviserende rol. Maar stel dat ze wél beslismacht zouden krijgen, en ze nemen 'stomme' beslissingen: wat dan? Een belangrijk verschil tussen loting en verkiezingen, is dat de agendering van kwesties gescheiden kan worden, en zou moeten worden, van de uitwerking van voorstellen en het stemmen over die voorstellen. Met andere woorden: de ene groep roulerende gelote burgers bepaalt de agenda, andere gelote groepen (panels) werken de geagendeerde kwesties uit tot voorstellen, en de eindstemming wordt gedaan door een aparte, liefst omvangrijke gelote groep burgers, die slechts een kortdurende zittingstermijn heeft, bijvoorbeeld een halve dag. Op die manier is er al een scheiding van taken die in de huidige gekozen parlementen niet bestaat, zodat de kans op 'stomme' beslissingen, of in ieder geval een beslissing waar veel burgers het niet mee eens zijn, al een stuk kleiner wordt. Zo zal een voorstel voor een buitensporig hoge toekomstige financiële vergoeding voor gelote burgers (dus zelfverrijking van gelote burgers) er niet snel doorheen komen. Daarnaast is het ook nog eens zo dat gelote burgers zelf geen belang hebben bij 'verkeerde' beslissingen, omdat ze daar zelf ook door geraakt zouden worden. Maar stel dat het tóch een keer gebeurt, een beslissing waar het overgrote deel van de bevolking het absoluut niet mee eens is; wat dan? Dan kan de roulerende gelote groep die de agendering bepaalt, het onderwerp altijd meteen opnieuw op de agenda zetten en een nieuwe beslissing afdwingen, waarbij de nieuw gelote burgers de kennelijk gemaakte fouten van die eerdere gelote burgers mee kunnen nemen in hun besluitvorming. Vergelijk dát eens met verkiezingen. Want wat als gekozen politici een verkeerde beslissing nemen; iets wat we nu helaas maar al te vaak zien. Kiezers kunnen dan weinig anders doen dan protesteren en wachten tot de volgende verkiezingen, wat jaren kan duren. En dan moet je die 'verkeerde' beslissing meewegen met alle andere zaken die in die verkiezingen een rol spelen. En dan nóg is het maar de vraag of de beslissing wordt rechtgezet, want die is niet voor niets tot stand gekomen, en terugkomen op een beslissing kan gezichtsverlies betekenen voor de partijen en politici die er verantwoordelijk voor waren.

Wat is het probleem met verkiezingen?
Op papier lijken verkiezingen aantrekkelijk: burgers kunnen volksvertegenwoordigers die slecht presteren afstraffen en anderen, waarvan ze verwachten dat ze het beter gaan doen, belonen. Het afdragen van je macht aan een volksvertegenwoordiger is in zekere zin ook makkelijk: jij kunt zelf verder met je eigen leven, en iemand anders representeert jou; doet voor jou het bestuurlijke werk. In de praktijk zien we heel andere dingen; in het ene kiesstelsel nog sterker dan in het andere. Gekozenen willen graag herkozen worden en/of willen dat hun partij goed scoort bij de volgende verkiezingen. Gekozenen willen dus zo hoog mogelijk op de kieslijst komen, om hun kansen op herverkiezing zo groot mogelijk te maken. Daarvoor moeten ze een goede indruk maken bij de partij-elite die beslist hoe hoog de kandidaten op de lijst komen te staan. En om genoeg zetels binnen te halen, moeten de kiezers, en vooral de kiezers van hun achterban, op korte termijn een bepaald beeld krijgen van de betreffende partij; een beeld dat kiezers moet bewegen opnieuw op die partij te stemmen. Gekozenen gaan vaak datgene doen waarmee ze in de media goed kunnen scoren, en laten vaak na waarmee ze in de media schade kunnen oplopen. Gekozenen en hun partijen worden dus aangedreven door marketing. Zodra politici gekozen zijn, gaan ze zich richten op de volgende verkiezingen, want verkiezingen, eventueel voor weer een andere bestuurslaag, zijn nooit ver weg. Voor kiezers is kiezen vaak ook problematisch. Waarom zou je je intensief verdiepen in wat de verschillende kandidaten gedaan hebben en van plan zijn te doen, als jouw ene stem waarschijnlijk toch het verschil niet maakt? Bovendien ben je je macht kwijt zodra je op iemand gestemd hebt: je weet niet welke coalitie je wel of niet steunt en op basis van welk regeerakkoord je een eventuele coalitie steunt.

Hoezo zijn verkiezingen niet democratisch?
De gedachte dat verkiezingen niet democratisch zijn, is voor velen van ons onwerkelijk. Toch is het al een heel oude gedachte, stammend uit de tijd waarin democratie werd uitgevonden in het oude Athene. Aristoteles sprak ooit al uit dat loting democratisch is, en verkiezingen oligarchisch zijn. Deze gedachte vind je ook terug bij latere denkers als bijvoorbeeld Montesquieu. Niet dat al deze denkers voorstander waren van democratie, dus van loting, maar ze maakten wel duidelijk onderscheid tussen enerzijds democratische loting waarin het volk (demos) regeert, en anderzijds oligarchische of aristocratische verkiezingen, waarin een kleine groep (oligos) of de zogenaamd meest geschikten (aristos) regeren. Het woord democratie komt ook helemaal niet voor in de Amerikaanse Grondwet. Dat is geen toeval: de toenmalige Amerikaanse elite wilde helemaal geen democratie, hield loting actief buiten de deur, en drukte een republiek door waarin burgerrechten centraal stonden en niet de macht van het volk. Later is het woord democratie toch populair geworden, bijvoorbeeld door de het boek van Alexis de Tocqueville en ook als marketingwoord om verkiezingen mee te winnen. Langzamerhand zijn verkiezingen en democratie met elkaar uitwisselbare termen gaan worden, wat ze daarvoor juist met reden nooit waren. Weliswaar is het stemrecht ook verbreed van alleen de mannelijke rijke bovenlaag naar álle volwassen burgers, maar dat maakt verkiezingen nog niet democratisch. Het probleem is dat essentiële ingrediënten van democratie ontbreken, zoals noemenswaardige agenderingsmacht door burgers, gelijke kansen op politieke macht, en deliberatie. Deliberatie houdt in dat je, voordat je een belangrijke beslissing neemt, uitgebreid met elkaar van gedachten wisselt om je mening bij te schaven. Volgens de oorspronkelijke theorie van verkiezingen stroomt de deliberatie die binnen 'het volk' plaatsvindt, via de sluizen van de media en het middenveld op naar het parlement met gekozenen, alwaar die deliberatie ook plaatsvindt. Maar in de praktijk werkt dit natuurlijk niet zo. Twee grote problemen zijn dat 1) het volk niet door middel van bijvoorbeeld tijd en informatie in de gelegenheid wordt gesteld om zinvol te delibereren en 2) de gekozenen geen goede afspiegeling zijn van de samenleving en daardoor ook heel andere belangen hebben dan doorsnee burgers, zoals bijvoorbeeld het drijvend houden van een bepaalde coalitie, het bedienen van een achterban en het winnen van verkiezingen. Daarbij komt ook nog dat burgers in theorie naast actief ook passief kiesrecht hebben, en dus een lijst (partij) mogen oprichten en gekozen mogen worden, maar in de praktijk, vanwege allerlei oorzaken, totaal geen gelijke kansen hebben om een zetel te bemachtigen. Verkiezingen zijn dus niet gebaseerd op gelijkheid, maar juist op ongelijkheid. En door de uitruil van standpunten bij coalitievorming kunnen partijen ook nog eens beslissingen afdwingen die weliswaar draagvlak hebben bij de coalitiepartij-elites, maar niet noodzakelijkerwijs bij hun achterban, laat staan onder de bevolking. Bij een op verkiezingen gebaseerd stelsel, een electocratie, is dus zelfs het meerderheidsprincipe niet gegarandeerd; slechts in het parlement is het meerderheidsprincipe gegarandeerd.

Verkiezingen hebben toch niet altijd slecht gefunctioneerd?
Het hangt er een beetje vanaf wat je onder goed en slecht functioneren verstaat, maar in de decennia na de Tweede Wereldoorlog hebben verkiezingen, vooral in noordwest continentaal Europa, redelijk gefunctioneerd. Mogelijk is dat te danken aan het feit dat de parlementen aldaar toen vaker bevolkt werden door parlementariërs afkomstig uit arbeidersgezinnen, zodat de belangen van de praktisch opgeleide meerderheid beter werden behartigd. Maar geleidelijk zijn er binnen politieke partijen elites gegroeid die een minder sterke band met hun traditionele achterban hadden, waarschijnlijk mede doordat politieke partijen ook intern gebruik maken van verkiezingen.

Wat als je niet mee wilt doen als je wordt ingeloot?
Op dit moment is het simpel: je weigert gewoon deelname of je reageert niet op de oproep die je krijgt. Deelname is vooralsnog niet verplicht. Maar het is de vraag of dat op termijn zo kan blijven. Wat voor loting cruciaal is, is dat een gelote groep een goede dwarsdoorsnede van de bevolking vormt. En omdat de weigeringsgronden waarschijnlijk niet willekeurig zijn, zullen bij enkelvoudige loting en vrijwillige deelname bepaalde bevolkingsgroepen oververtegenwoordigd zijn, bijvoorbeeld mensen met meer vrije tijd, relatief weinig zorgtaken, of met een meer theoretische opleiding, of mensen die zich al veel bezighouden met politiek. Alleen als je loting verplicht maakt, voorkom je dat probleem, maar op dit moment is dat wettelijk nog niet mogelijk. Overigens is loting voor rechtbankjury’s in andere landen al wél verplicht, dus heel raar is die verplichting nu ook weer niet. Voorlopig wordt het probleem ondervangen door onder de bereidwillige respondenten een gewogen (gestratificeerde) herloting te doen, zodat er een juiste afspiegeling van de bevolking ontstaat op basis van bijvoorbeeld leeftijd, woonregio, inkomen, opleidingsniveau en geslacht. Maar je kunt die gewogen herloting alleen doen op basis van kenmerken die je kunt weten of aan burgers kunt vragen. Er kan altijd sprake zijn van voor een beslissing relevante kenmerken die bij de herloting niet meegenomen kunnen worden. Zodra gelote burgers beslisbevoegd worden, is het maar de vraag of een dergelijke lotingsopzet acceptabel is. Vooral voor de grote eindstemmende gelote groep die de uiteindelijke knoop doorhakt, is het van wezenlijk belang dat deze een goede afspiegeling is van de bevolking. Uiteindelijk zouden het de gelote burgers moeten zijn die de knoop moeten doorhakken over de manier waarop deelname aan de democratie georganiseerd wordt, dus bijvoorbeeld welke sanctie er eventueel zou staan op weigering van deelname.

Wat als je niet mee kunt doen als je wordt ingeloot?
Als je niet mee kunt doen omdat je bent verhinderd vanwege bijvoorbeeld je werk, ouderschap en/of mantelzorg, dan is er iets mis met de manier waarop het proces is georganiseerd. Iedereen zou goed gefaciliteerd moeten worden om deel te nemen aan het proces, bijvoorbeeld door een ruime financiële vergoeding, waar nodig een goede regeling inzake vervoer, overnachtingen, ICT-ondersteuning en catering, het recht op doorbetaald verlof, en vervanging voor het verlenen van zorg.

Zijn gelote burgers wel gemotiveerd om mee te doen?
Dat zal per beraad en vooral ook per burger verschillen. Zeker zolang de facilitering (bijv. vergoeding, verlof) onvoldoende is, en de onbekendheid met burgerberaden nog groot is, zullen velen onvoldoende gemotiveerd zijn. Het kan ook liggen aan het gegeven dat burgerberaden en burgerraden nog geen macht hebben: waarom zou je al die moeite investeren als politici jouw werk makkelijk naast zich neer kunnen leggen? Maar stel dat gelote burgers wél macht zouden hebben, en het hele proces goed georganiseerd zou zijn; zouden er dan nog steeds burgers ongemotiveerd zijn? Dat is inderdaad waarschijnlijk, maar niet noodzakelijkerwijs een onoverkomelijk probleem. Onderzoekers zien nu al dat aanvankelijk sceptische en weinig gemotiveerde burgers, die tóch meedoen, zich doorgaans serieus inzetten en gedurende het proces meer betrokken raken. Ongemotiveerde burgers hebben verder nog een belangrijk voordeel: ze hechten kennelijk ook niet aan het uitoefenen van invloed. Dat maakt ze veel betrouwbaarder dan politici die juist wél uit zijn op macht. Sommige voorstanders van loting vinden dat ongemotiveerde burgers niet verplicht moeten worden om mee te doen, maar dat hun plaatsen bijvoorbeeld leeg moeten worden gelaten, of dat hun plaatsen juist gevuld moeten worden door middel van een gestratificeerde loting, dus herloting van respondenten op basis van de verdeling van bepaalde eigenschappen in de bevolking.

Zijn sommige mensen binnen zo’n gelote groep niet dominant?
Ja, dat kan zeker het geval zijn. En dat is inderdaad onwenselijk, want ook de inbreng van mensen die zich wat minder goed met woorden kunnen uitdrukken is belangrijk. Daarom wordt er vaak voor gekozen om de gelote groepen te laten overleggen onder leiding van getrainde gespreksbegeleiders. Dat is overigens niet altijd het geval; er zijn zelfs voorstanders van burgerberaden die ook juist de onderlinge taakverdeling binnen zo'n subgroep aan die burgers zelf willen overlaten. Bij het gesprek tussen gelote burgers gaat het er vooral om om goed naar elkaar te luisteren, en niet om de ander koste wat kost te overtuigen, hoewel dat veranderen van mening voor gelote burgers juist veel makkelijker kan voor bij gekozen politici. Vanzelfsprekend is ook de opzet van gespreksrondes tussen gelote burgers onderwerp van wetenschappelijk onderzoek.

Wat nou als er figuren worden ingeloot die knettergek zijn?
Het is maar de vraag wat je onder knettergek verstaat, of een beetje afwijkend, of wat dan ook, maar bij een loting van burgers maakt elke volwassene kans op deelname. Echter, één 'gek' kan in een gelote groep van bijvoorbeeld 150 burgers weinig uitrichten. Maar een 'gek' die wordt gekozen tot president kan verantwoordelijk worden voor duizenden of zelfs miljoenen doden.

Ingelote burgers kunnen toch gemakkelijk worden omgekocht?
Dat zou je wellicht denken, want de doorsnee burger heeft niet veel geld te besteden, en dan wordt de verleiding snel groot. In de eerste plaats is omkoping, dus in de vorm van de bekende envelop met geld, sowieso verboden, zowel voor de omkoper als de omgekochte. Omkoping wordt verder bemoeilijkt doordat beslisbevoegde ingelote burgers slechts kort zitting hebben, omdat ze steeds rouleren. Geldschieters kunnen dus moeilijk vat op hen krijgen: wíe moet je immers omkopen? Daarnaast zul je vaak meerdere ingelote burgers moeten omkopen om invloed te kunnen uitoefenen, wat de kans op ontdekking, met alle negatieve gevolgen van dien, meteen al een stuk groter maakt. Omkoping van gekozen politici kan nu ook al, en gebeurt nu ook al, en kan ook op andere, legale manieren dan door middel van een envelop met geld. Partijleidingen en bedrijven kunnen gekozenen bijvoorbeeld aantrekkelijke functies in het vooruitzicht stellen, respectievelijk binnen en buiten de politiek. Dergelijke 'zachte omkoping' is bij gelote burgers veel lastiger, zo niet onmogelijk.

Als je niet wordt ingeloot, heb je dan helemaal geen invloed meer?
In een samenleving met miljoenen mensen, heb je als individuele burger sowieso weinig invloed op het geheel. Één stem in een stemhokje zal zelden de doorslag geven; op zich al een reden om je niet overal uitgebreid in te gaan verdiepen — rational ignorance. Maar als er alleen nog loting zou zijn, en verkiezingen verdwenen zouden zijn, dan heb je ook die ene stem niet meer. Is dat acceptabel? In de eerste plaats: als loting wordt ingevoerd voor alle bestuurslagen, dus bijvoorbeeld ook voor de gemeente, de provincie en de waterschappen, dan wordt de kans al een stuk groter dat je één keer in je leven, of meerdere keren, wordt ingeloot. Ook zul je dan gaan merken dat er af en toe iemand in je omgeving wordt ingeloot; iemand met wie je in veel nauwer contact staat dan met welke gekozen politicus ook. In de tweede plaats: democratie is prettig omdat de diversiteit van de gelote groep, en een dwarsdoorsnede van de bevolking, oftewel de wisdom of the crowd, een veel betere kans op juiste beslissingen biedt dan welk alternatief ook. Dus wat wil je liever: de illusie dat je invloed hebt via een stembiljet, of een veel betere kans op verstandige, breed gedragen beslissingen door middel van loting? In de praktijk blijken gelote groepen overigens nu al best veel vertrouwen te genieten onder de bevolking, omdat burgers zien dat mensen die in zo’n geloot burgerberaad zitten, op hen lijken. Op die manieren voelen ze zich dus alsnog vertegenwoordigd: niet via hun stem en het voor vier jaar afstaan van hun macht aan iemand anders, maar via het gegeven dat mensen zoals zijzelf delen in de macht. Loting verlost je daarbij van de eventuele druk om anderen te moeten overtuigen om op 'jouw' partij te stemmen of om op bepaalde partijen vooral juist niet te stemmen.

Je kunt gelote burgers niet zoals gekozenen ter verantwoording roepen over hun besluiten; is dat geen probleem?
Gelote burgers zijn inderdaad geen verantwoording schuldig aan een achterban, kiezers of de bevolking als geheel. Je kunt ze wel vragen waarom ze een bepaalde beslissing hebben genomen, maar daarna keren ze gewoon terug naar het leven dat ze al hadden voordat ze geloot werden: bijvoorbeeld een baan, een opleiding, of een pensioen. Maar is dat een probleem? Niet per se. Wat namelijk veel belangrijker is, is dat er in een democratisch politiek bestel sprake is van machtsgelijkheid, en van een prikkel tot het nemen van de juiste beslissingen — in het algemeen belang. Als burgers geloot worden, is dat bij uitstek het geval. Ook is het belangrijk dat genomen beslissingen zonder al te veel moeite herroepen of bijgesteld kunnen worden. En juist bij loting kunnen genomen besluiten, als men daar ontevreden over is, snel opnieuw geagendeerd worden. Bovendien zullen gelote burgers ook elkaar beoordelen, en kunnen ze desgevraagd nog altijd uitleg geven over hun beweegredenen om tot bepaalde adviezen te komen. Een belangrijke denker over verantwoording en democratie is overigens de politicologe Hélène Landemore. Bij verkiezingen kunnen we gekozen politici dus wél ter verantwoording roepen. Maar is dat afdoende? Moet elke burger jarenlang zelf een boekhouding bijhouden met de daden en wandaden van al die gekozen politici? En moeten we die politici op basis daarvan, én op basis van allerlei andere factoren — zoals bijvoorbeeld een uitgebreid verkiezingsprogramma en de debatvaardigheid van de verschillende kandidaten — juist wel of niet gaan kiezen? Ruimen gekozenen waarvan de meerderheid van de bevolking vindt dat ze wanpresteren ook daadwerkelijk het veld? Dat is toch wat je zou willen met verantwoording, maar dat is bepaald niet wat we automatisch in de praktijk zien gebeuren. Wat schieten we dus op met verantwoording in de huidige vorm als op verkiezingen gebaseerde stelsels alsnog zo duidelijk disfunctioneren?

Is een gelote groep van 150 burgers statistisch niet veel te klein?
Daarover verschillen de meningen. Doorgaans wordt er gewerkt met groepen van minimaal vijftig, soms honderd, maar meestal 150 à 160 burgers en soms meerdere honderden. Het probleem van een te kleine gelote groep, bijvoorbeeld slechts twintig burgers, is dat de kans groot is dat die onvoldoende op de bevolking lijkt. Dat zou bij 150 burgers overigens misschien ook nog het geval kunnen zijn. Maar het probleem van een te grote gelote groep is dat de groepsleden niet meer zinvol met elkaar over de inhoud kunnen overleggen. Vooral bij de eindstemming over de voorstellen die worden aangedragen door de gelote burgerpanels, is het belangrijk dat de gelote groep niet te klein is; misschien moet die groep zelfs wel meerdere honderden burgers groot zijn. Maar dat vormt in dát geval geen probleem, omdat deze groep maar korte tijd, bijvoorbeeld een halve dag, bijeen komt, en er minder intensieve deliberatie plaats hoeft te vinden; het voorwerk is immers al door andere gelote burgers gedaan. Overigens, dat groepen in het algemeen ook niet te groot kunnen zijn voor zinvol overleg, is de reden dat je directe democratie eigenlijk geen democratie kunt noemen waar het gaat om groepen die groter zijn dan bijvoorbeeld 150 mensen. Weliswaar mag iedere volwassene stemmen bij een referendum, maar mensen in een groep van duizenden, tienduizenden, laat staan miljoenen mensen, kunnen onmogelijk zinvol met elkaar over bepaalde inhoud overleggen.

Zou je naast een gekozen kamer een gelote burgerkamer kunnen hebben?
Voor het gemak noemen we het hier even de Tweede Kamer (direct gekozen) en de Burgerkamer (geloot). De Eerste Kamer (indirect gekozen) laten we hier even buiten beschouwing; we doen dus even alsof die niet bestaat.
Wellicht kan een combinatie van de Tweede Kamer en een echt beslisbevoegde Burgerkamer werken, maar dan luistert het wel heel nauw hoe je dat zou organiseren. Dus welke taken krijgt zo’n Burgerkamer? Kan de Burgerkamer een wetsvoorstel terugsturen naar de Tweede Kamer om zo bijvoorbeeld een geheime herstemming af te dwingen? Moet de Burgerkamer gaan werken met supermajorities van bijvoorbeeld minimaal 60 procent in plaats van de-helft-plus-één zoals in de Tweede Kamer?

Aan een Burgerkamer zou je speciale bevoegdheden kunnen geven, zoals:

  • Het organiseren van burgerberaden, dus over specifieke, door de Burgerkamer te bepalen onderwerpen
  • Het indienen van wetsvoorstellen waar beide kamers over moeten stemmen
  • Het overrulen van een door de Tweede Kamer afgewezen wetsvoorstel met een supermajority van bijvoorbeeld minimaal 80 procent

Maar wat belangrijk is om te blijven zien, is dat loting eigenlijk alleen goed kan functioneren als er een scheiding is tussen agendering, uitwerking en eindstemming. Dat moet dus niet allemaal door een en dezelfde Burgerkamer worden gedaan, maar door aparte gelote groepen — multibody sortition. Één Burgerkamer met bijvoorbeeld 150 zetels die voor langere tijd (een jaar?) door dezelfde burgers wordt bevolkt, is waarschijnlijk geen goed idee, omdat hier dan waarschijnlijk fractievorming en koehandel (uitruil van minderheidsstandpunten) gaat plaatsvinden; iets wat nu juist één van de vele kwalen van de Tweede Kamer is. Wat ook een voorlopige mogelijkheid zou kunnen zijn, is het systeem van Alex Kovner, waar verkiezingen en loting op een ándere manier gecombineerd worden. Dat werkt als volgt: partijen in de Tweede Kamer vormen niet zoals nu één meerderheidscoalitie met een regeerakkoord, maar krijgen elk de mogelijkheid om aan een minderheidscoalitie deel te nemen, met elk een eigen regeervoorstel. De ondergrens voor zo'n minderheidscoalitie is bijvoorbeeld 40 of 50 zetels, in plaats van nu 76 zetels voor een absolute meerderheid. Vervolgens kiest een gelote burgerjury het beste regeerakkoord uit.

Als loting zo goed werkt, hoe kon het oude Athene dan onder de voet worden gelopen?
Het oude Athene werd inderdaad onder de voet gelopen. Maar in de tijd dat dat gebeurde werden de andere Griekse stadsstaten óók onder de voet gelopen. Athene presteerde op veel punten juist beter dan de andere, niet-democratische Griekse stadsstaten.

Hoe weet je zeker dat er eerlijk geloot is?
Twee dingen zijn belangrijk: 1) dat de loting echt willekeurig is, en 2) dat de bevolking daar ook vertrouwen in heeft. Op zich kan willekeurige loting bij wijze van spreken met behulp van een dobbelsteen of lottoballen, waarbij de geproduceerde getallenreeksen corresponderen met bijvoorbeeld de unieke nummers in het bevolkingsregister, maar dat is onpraktisch als er veel mensen geloot moeten worden. Bovendien: hoe kun je er als burger op vertrouwen dat er niet met de dobbelsteen of de lottoballen gesjoemeld is? Een computer willekeurige getallen laten genereren is nog zo simpel niet, juist omdat een computer zelf geen willekeur kan simuleren. De achtergrondruis van het heelal kan weliswaar door een computer gebruikt worden om willekeurige getallen te genereren, maar dat is weer niet gemakkelijk controleerbaar. Een oplossing zou kunnen zijn om vooraf een algoritme te bepalen en openbaar te maken, en dat algoritme te voeden met een bepaald willekeurig beginnummer waarvan de bron vooraf wordt vastgesteld. Bijvoorbeeld: de zoveelste decimaal van de temperatuur van een bepaald meetstation — of van een bepaalde beursindex — op een bepaald vooraf vastgesteld tijdstip. Het voordeel zou zijn dat zowel het algoritme als dat nummer voor iedereen controleerbaar zouden zijn. Het algoritme zorgt er dan verder voor dat op een vooraf vastgestelde manier bijvoorbeeld elke zoveelste burger uit een eveneens vooraf bepaalde lijst zoals een bevolkingsregister kan worden getrokken. Tot nu toe speelt een maximale algemene betrouwbaarheid van de loting nog niet zo’n grote rol, omdat gelote burgers nog geen beslismacht hebben. Maar tegen de tijd dat ze dat wél gaan krijgen, gaat de betrouwbaarheidskwestie belangrijker worden. In de huidige situatie wordt er ook gebruik gemaakt van willekeurige telefoonnummergeneratoren, waarbij willekeurige mensen dus telefonisch benaderd worden, met alle nadelen van dien. Ook wordt er gebruikt gemaakt van een willekeurige loting uit adressenbestanden, waarbij huishoudens benaderd worden en er iemand uit dat ingelote huishouden gevraagd wordt om deel te nemen; ook met alle nadelen van dien.

Is het niet onveilig voor gelote burgers om over zeer controversiële kwesties te moeten beslissen?
Als er burgers geloot gaan worden voor zeer controversiële kwesties, zoals bijvoorbeeld wapenbezit in de Verenigde Staten, zouden die burgers onder een vergrootglas van lobbypartijen en de media kunnen komen te liggen. Dat kan een stevige, onwenselijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer betekenen. Gewone burgers, die nooit voor een politieke carrière hebben gekozen, zullen daar doorgaans niet blij van worden. Het zou een oplossing kunnen zijn om de deelnemers anoniem te houden, of dat ze daartoe de keuze zouden krijgen. Toch is het de vraag of gelote burgers met dezelfde aandacht en lastigvallerij te maken zullen krijgen als politici. De polarisatie die verkiezingen veroorzaken, kan juist sterk afnemen door het vertrouwen dat burgers in hun ingelote medeburgers hebben. Verder blijft onbekend welke burgers voor of tegen een bepaald voorstel stemden.

Is er verschil tussen een burgerberaad en een burgerraad?
Ja, er is een verschil, hoewel de woorden in de praktijk soms door elkaar gebruikt worden. Een burgerberaad — citizens’ assembly — is een tijdelijk proces waarin burgers met elkaar overleggen en advies uitbrengen over één bepaald thema. Na afloop van dit proces houdt het burgerberaad op te bestaan. Voorbeeld van een burgerberaad was het Franse burgerberaad over het klimaat. Daarentegen is een burgerraadcitizens’ council — een permanente raad, dus een institutie waarin roulerende gelote burgers bepaalde vastgestelde taken hebben, zoals bijvoorbeeld het agenderen van onderwerpen voor burgerberaden en het terugkoppelen van de uitkomst naar bijvoorbeeld een gekozen parlementskamer. Voorbeelden van een burgerraad zijn de Bürgerrat in de Belgische Oostkantons (vanaf 2019), en de burgerraad van Parijs (vanaf 2022). Wellicht is het handiger om het voortaan te hebben over burgerberaden enerzijds, en burgerkamers anderzijds.

Waar is loting al geïnstitutionaliseerd?
Particuliere organisaties kunnen, al dan niet met medewerking van de overheid, zelfstandig een burgerberaad opzetten, mits ze de kosten ervan kunnen opbrengen, zoals in 2019 gebeurde in Duitsland met de Bürgerrat Demokratie. Soms worden burgerberaden georganiseerd door wetenschappers, in het kader van een onderzoek ernaar, zoals James Fishkin al langere tijd doet in de VS en andere landen. Idealiter maakt loting gewoon deel uit van het politieke overheidsbestel, en zijn ze dus geïnstitutionaliseerd. In de moderne tijd is een oude, weinig bekende vorm van institutionalisering de loting van de vertegenwoordigers van de Franse strijdkrachten. Waar het echter om burgers gaat, is Vorarlberg een voorloper, maar inmiddels ook de CESE in Frankrijk, de Bürgerrat in Oost-België, de burgerraad in Parijs. Het wat uitgebreidere overzicht van institutionalisering van loting wordt af en toe aangevuld met nieuwe instituties.

Hebben gelote burgers al ergens echte beslismacht?
Ja, in Mongolië, maar die beslismacht beperkt zich daar tot het kunnen tegenhouden van de behandeling van een voorstel tot grondwetswijziging. Een gelote burgerjury kan daar dus voorkomen dat een bepaald wetsvoorstel wordt behandeld door het gekozen parlement.

Gekozen politici gaan toch nooit hun macht opgeven? Hoe kan er dan ooit een transitie naar democratie zijn?
Dat is inderdaad voor veel aanhangers van democratie (loting) de grote vraag: hoe kan het transitieproces plaatsvinden? Want verkiezingen werken niet, en ze werken dus ook niet om het stelsel zélf te vernieuwen. Je zou je echter kunnen voorstellen dat gekozen politici steeds meer vastlopen in het huidige op verkiezingen gebaseerde bestel, en langzamerhand steeds meer open gaan staan voor burgerberaden of zelfs burgerkamers. Daardoor zal op termijn het vertrouwen van zowel politici als de bevolking in loting toenemen, en kunnen verdere stappen worden gezet, uiteindelijk richting steeds meer beslismacht van gelote burgers. Daarbij is het de vraag hoe die overdracht van macht plaats moet vinden: krijgen gelote burgers langzamerhand steeds meer machtsmiddelen op alle terreinen, of krijgen ze alle macht op steeds een nieuw terrein? Daarnaast kan loting opkomen van onderop, dus vanuit het lokale en regionale bestuursniveau, of juist van bovenaf, vanuit het Europese bestuursniveau. Op zich zijn dit nog een vrij optimistische transitiescenario's. Het is ook mogelijk dat de transitie veel te langzaam gaat of zelfs helemaal niet van de grond komt, en dat de crises die juist aanleiding zouden moeten zijn voor democratisering, de aandacht voor democratisering afleiden. Daardoor verergert de situatie en wordt het moeilijker om het bestel te hervormen. Aan de andere kant kan een steeds ernstigere crisissituatie een elite dwingen om te hervormen, maar het kan ook de andere kant op gaan: erosie van de electorale rechtsorde en de komst van steeds autoritairder regimes die de crisis nog verder verergeren. Interessante kansen bieden landen waarin een autoritair regime omver wordt geworpen, omdat er dan een nieuwe start moet worden gemaakt, met een nieuwe grondwet, wat kansen biedt voor de invoering van vormen van loting.

Kan loting worden toegepast om op verkiezingen gebaseerde stelsels te verbeteren?
Ja, dat is denkbaar, al lost dat de kern van het probleem, dus dat verkiezingen ondemocratisch zijn, niet op. In Duitsland werden al burgers geloot om het vigerende politieke bestel te verbeteren, bijvoorbeeld door een burgerberaad over de democratie te organiseren, burgers te loten om voorstellen te doen over het kiesstelsel omdat de politieke partijen in het parlement niet tot overeenstemming konden komen, en politici op verzoek een Wahlkreisrat aan laten vragen, zodat ze in contact kunnen komen met gelote burgers uit hun kiesdistrict. De Chinese lotingswetenschapper Wang Shaoguang stelt voor om gelote burgers in te zetten voor het bepalen van zogenaamde spelregelkwesties, zodat gekozen politici niet zelf beslissen over de regelgeving waaronder ze moeten functioneren, om dus belangenverstrengeling te voorkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bepalen van een redelijk salaris van gekozenen en bewindslieden, aan behoorlijke ondersteuning voor gekozenen, en aan het begrenzen van partij- en campagnefinanciering. Ook het beoordelen en eventueel sancties opleggen aan zich misdragende politici zou door gelote burgers kunnen plaatsvinden. Dit soort zaken kunnen beter door gelote burgers besloten worden, dan zoals nu door gekozen politici zelf.

Zijn referenda niet een veel betere oplossing?
Een groot voordeel van referenda is dat alle stemgerechtigde burgers eraan deel kunnen nemen, en dat er wordt besloten over één onderwerp. Het lijkt dus bij uitstek een democratisch middel, en in bijvoorbeeld een land als Zwitserland wordt het veel gebruikt. Referenda zouden als aanvulling op het huidige, electorale bestel een verbetering kunnen zijn, mits goed opgezet, dus ruwweg zoals in Zwitserland. Maar er kleven ook belangrijke problemen aan referenda. Cruciaal voor elk democratisch proces, is dat er op een zinvolle manier deliberatie plaats kan vinden. Weliswaar mag iedereen stemmen bij een referendum, maar in een groep van duizenden, tienduizenden, laat staan miljoenen mensen, kunnen de groepsleden onmogelijk zinvol met elkaar over bepaalde kwesties overleggen. Daardoor gaan andere zaken dan de inhoud en het algemeen belang een rol spelen, zoals financiële macht en mediamacht. En daarom kun je directe democratie eigenlijk geen democratie noemen. In Zwitserland werkt het systeem met referenda ook niet vlekkeloos, en in een poging om daar een mouw aan te passen, is men begonnen met het experimenteren met loting in aanvulling op referenda. De rol van de gelote burgers bij een referendum is dat ze de informatiebrochure samenstellen; de brochure dus die burgers  vooraf over het betreffende referendumonderwerp toegestuurd krijgen. In die opzet worden burgers dus niet geïnformeerd door de overheid, maar door gelote medeburgers, waardoor ze meer vertrouwen kunnen krijgen in de geboden informatie en zo een betere keuze kunnen maken. In verscheidene staten in de VS wordt hier ook al mee gewerkt, onder de naam 'CIR'. Het gebruikmaken van burgerloting bij een referendum zou je kunnen beschouwen als een poging om het gebrek aan deliberatie te compenseren. Naast referenda zijn overigens ook zogenaamde preferenda nog een optie, dus  meerkeuzereferenda. Hoewel de cruciale maar gebrekkige deliberatie een probleem is bij (p)referenda, zijn belangrijke denkers in de wereld van loting er niet bij voorbaat tegen. Zo hebben Hélène Landemore (Open Democracy) en David Van Reybrouck zich er welwillend over uitgelaten. Referenda hebben ook een belangrijke rol gespeeld bij door burgerberaden geïnitieerde veranderingen in Ierland, omdat grondwetswijzigingen daar alleen door middel van referenda kunnen plaatsvinden. Misschien zouden referenda onder bepaalde voorwaarden voorlopig een rol moeten krijgen bij wijze van noodrem als gelote burgers daadwerkelijk macht krijgen. Zo zou de bevolking altijd zelf kunnen ingrijpen bij onwelgevallige beslissingen, al was het maar om voldoende vertrouwen in het prille lotingssysteem te bewerkstelligen.

Kun je de informatievoorziening aan gelote burgers wel vertrouwen?
Een belangrijk onderdeel van loting is dat de ingelote burgers goed van informatie worden voorzien over het onderwerp waarmee ze aan de slag gaan. Maar wie bepaalt welke informatie die gelote burgers krijgen, en op basis waarvan? En kunnen gelote burgers op die manier niet een bepaalde richting opgeduwd worden door de organisatoren van burgerberaden? Dat zijn belangrijke vragen; breed vertrouwen in het systeem is immers cruciaal. Allereerst moeten burgerberaden niet direct door politici georganiseerd worden, maar moet de organisatie worden uitbesteed aan onafhankelijke experts. De organisaties met deze expertise moeten in hun statuten hebben staan dat ze onpartijdigheid nastreven en transparant te werk gaan. Vooraf moet openbaar worden gemaakt welk materiaal en welke deskundigen aan de ingelote burgers beschikbaar worden gesteld, zodat alles open staat voor het leveren van kritiek vanuit de samenleving. Verder moeten organisatoren altijd zorgen voor een divers palet aan deskundige opvattingen, waarbij deskundigen het zeker ook met elkaar oneens kunnen zijn, en eventueel met elkaar ten overstaan van gelote burgers in discussie kunnen gaan. Wat verder ook belangrijk is, is dat gelote burgers zélf deskundigen kunnen laten oproepen om hen van informatie te voorzien. Uit de praktijk blijkt overigens dat gelote burgers zich niet laten bedotten en goed in staat zijn om voor zichzelf op te komen, dus ook waar het gaat om het verkrijgen de informatie die ze nodig hebben. Met opzet burgers misleiden is dus zo simpel nog niet, en zou de initiatiefnemers en organisatoren grote reputatieschade berokkenen.

Er wordt al zoveel gepolderd; moeten daar nu ook nog burgerberaden bijkomen?
Dat er zoveel gepolderd wordt, en er tóch nog crises ontstaan, zou te denken moeten geven. Polderoverleg is overleg tussen de wereld van de gekozenen en de wereld van het maatschappelijke middenveld. Gelote burgers ontbreken aan de overlegtafel. Verschillende routes zijn denkbaar, maar zonder invloedrijke stem van doorsnee burgers zullen de problemen eerder groter dan kleiner worden. Uiteindelijk is de enige echte oplossing dat ons politieke bestel democratisch wordt, dus dat alleen gelote burgers knopen kunnen doorhakken. Middenveldorganisaties kunnen weliswaar informatie aanleveren en zo hun belangen behartigen bij gelote burgers, maar ook andere actoren kunnen informatie aanleveren, zoals bijvoorbeeld wetenschappers, journalisten en betrokkenen met praktijkervaring.

Wat als politici de aanbevelingen van een burgerberaad niet uitvoeren?
Wettelijk gezien hebben gekozen politici natuurlijk het recht om te weigeren voorstellen van gelote burgers uit te voeren. Gekozenen kunnen vooraf hooguit beloven dat ze heel serieus naar de voorstellen van de gelote burgers zullen kijken, en ook dat ze een afwijzing duidelijk zullen toelichten. Maar verder dan dat kunnen gekozen politici, ook wettelijk, niet gaan. Tegelijkertijd is dat natuurlijk ook, naast dat deelname door ingelote burgers niet verplicht is, een belangrijke beperking van burgerberaden: ze hebben geen macht. En natuurlijk kunnen de wet en de rechtsorde niet zomaar even terzijde worden geschoven. Toch zijn burgerberaden belangrijk, om zowel politici als burgers zelf bekend te maken met democratie, om ervaring op te doen met het proces — om het zo te kunnen verbeteren — en natuurlijk ook om gekozen politici een alternatieve oplossingsrichting te bieden, waar die langs partijpolitieke weg niet vindbaar is gebleken. Je hebt weinig te verliezen met goed georganiseerde burgerberaden, maar veel te winnen.

Burgers denken toch alleen aan hun eigen belang en niet aan het algemeen belang?
Het zou niet per se een groot probleem zijn als gelote burgers alleen aan hun eigen belang denken. Juist omdat ze samen een dwarsdoorsnede vormen van de volwassen bevolking, komen ze als groep dicht in de buurt van het algemeen belang; veel dichter dan gekozen politici, die immers géén dwarsdoorsnede ven de bevolking vormen en andere belangen hebben, zoals persoonlijk carrièrebelang, partijbelang en eventueel coalitiebelang. Daarnaast zullen burgers, net als nu politici, specifieke persoonlijke belangen kunnen hebben zoals het hebben van een eigen bedrijf. Maar dat is prima, want dat is gewoon een belang dat een deel van de bevolking nu eenmaal heeft, en dat dus ook behartigd moet worden. Natuurlijk zit zo’n eigen bedrijf ook in een specifieke sector, en kan die betreffende gelote burger zich hard gaan maken voor zijn of haar eigen bedrijfstak, maar dan heeft hij of zij nog altijd te maken met vele andere gelote burgers die dat belang níet hebben.